Kalsbeek College Menu Openen

Onderwijs

Onderwijs

Overgangsregels 2019-2020

Cijfers en rapporten

Het schooljaar bestaat uit 4 perioden. Na afloop van elke periode ontvangen de leerlingen van leerjaar 1, 2 en 3 een rapport. Daarop staat per vak het gemiddelde van alle behaalde cijfers tot dat moment. Voor de overgang zijn de cijfers op het 4e rapport bepalend. Dit zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het hele schooljaar.

Van onder- naar bovenbouw

Aan het einde van het tweede jaar wordt bepaald in welke leerweg een leerling de examenperiode (leerjaar 3 en 4) ingaat: de basisberoepsgerichte leerweg (met of zonder leerwegondersteunend onderwijs), de kaderberoepsgerichte leerweg of de mavoXL. De determinatieregels zijn verwerkt in onderstaande overgangsrichtlijnen.

Algemene overgangsrichtlijnen

In het algemeen geldt:

  • Aan de hand van de overgangsrichtlijnen wordt bepaald of een leerling al of niet bevorderd is.
  • In geval van bijzondere omstandigheden en/of kennelijke onbillijkheden kan de docentenvergadering van de overgangsrichtlijnen afwijken.
  • Per vak wordt op het rapport één eindresultaat vermeld.
  • Aan de hand van de overgangsrichtlijnen wordt bepaald of een leerling al dan niet in de rapportvergadering van de betreffende afdeling wordt besproken. De docentenvergadering beslist bij meerderheid van stemmen of een leerling wordt bevorderd of doubleert.

Let op: een leerling kan niet op school blijven als hij tweemaal hetzelfde leerjaar doubleert.

Overgangsrichtlijnen onderbouw

Overgangsrichtlijnen 1 vmbo-basis met lwoo

Leerlingen worden allen genoemd/besproken door de mentor in alfabetische volgorde. De individuele bespreking geeft een karakteristiek van de betreffende leerling.

Het gaat in de bespreking om het vinden van de meest juiste plek voor de leerling in het tweede leerjaar. In principe gaan alle leerlingen naar het tweede leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg met leerwegondersteuning. Op basis van de cijfers kan een leerling in aanmerking komen voor bespreking van een overgang naar 2 basis-kader/lwoo. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen, handvaardigheid en ckj), lichamelijke opvoeding.
Als de leerling over alle vakken een gemiddelde van 8,0 of hoger haalt en het gemiddelde van de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 8,0 of hoger dan wordt bevordering naar het tweede leerjaar basiskader/lwoo besproken. In deze bespreking worden de volgende factoren meegewogen:

  • het oordeel van de mentor
  • het oordeel van het docententeam
  • het basisschooladvies / IQ en didactische achterstanden
  • werkhouding en inzet
  • de wens van ouders en leerling

In het bijzonder zal ook gelet worden op vaardigheden als werktempo, inzicht, zelfstandig kunnen werken, kunnen samenwerken en het ontwikkelen van een kritische houding, die in de bovenbouw een belangrijke plaats innemen in de eindtermen.

N.B. Indien noodzakelijk kan de docentenvergadering afwijken van deze overgangsrichtlijnen.

Overgangsrichtlijnen 1 vmbo-basis/kader met lwoo

Bepalend voor de overgang naar het 2e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers over alle vakken op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele school­jaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen, handvaardigheid en ckv), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er: 

A. De leerling wordt vanwege het aantal tekorten besproken.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3, 2 of 1 = 2,5 tekort

 

tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 2e leerjaar basis met lwoo
  3. bevorderen naar het 2e leerjaar basis/kader met lwoo.

B. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde lager dan 7,5. Bevordering naar het 2e leerjaar basis/kader met lwoo.

C. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde van 7,5 tot 8,0 en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 7,5 of hoger.
Bevordering naar het 2e leerjaar kader/mavo wordt besproken. In deze bespreking wegen de volgende factoren mee:

  • de nog aanwezige hulpvraag i.v.m. de lwoo-indicatie
  • het oordeel van de lesgevende docenten
  • het oordeel van de mentor
  • het basisschooladvies
  • werkhouding en inzet
  • de wens van ouders en leerling

In het bijzonder letten we op vaardigheden als werktempo, inzicht, zelfstandig kunnen werken, kunnen samenwerken en het ontwikkelen van een kritische houding, die in de bovenbouw een belangrijke plaats innemen in de eindtermen.

D. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde van 8,0 of hoger en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 8,0 of hoger. De leerling wordt bevorderd naar het 2e leerjaar kader/mavo.

N.B. Indien noodzakelijk kan de docentenvergadering afwijken van deze overgangsrichtlijnen.

Overgangsrichtlijnen 1 vmbo-basis/kader

Bepalend voor de overgang naar het 2e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vak­ken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen, handvaardigheid en ckv), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er:

A. De leerling wordt vanwege het aantal tekorten besproken. Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3, 2 of 1 = 2,5 tekort

 

tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 2e leerjaar basis/kader met lwoo
    (Een mogelijke overgang naar het lwoo dient ruim van te voren in gang gezet te worden, in verband met de criteria die voor het lwoo gelden.)
  3. bevorderen naar het 2e leerjaar basis/kader

B. De leerling haalt een gemiddelde lager dan 7,5. Bevordering naar het 2e leerjaar basis/kader.

C. De leerling haalt een gemiddelde van 7,5 tot 8,0 en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels, wiskunde is 7,5 of hoger.
Bevordering naar het 2e leerjaar kader/mavo wordt besproken. In deze bespreking wegen de volgende factoren mee:

  • het oordeel van iedere lesgevende docent
  • het oordeel van de mentor
  • het basisschooladvies
  • werkhouding en inzet
  • de wens van ouders en leerling

In het bijzonder zal echter gelet worden op vaardigheden als zelfstandig kunnen werken, kunnen samenwerken en het ontwikkelen van een kritische houding, die in de bovenbouw een belangrijke plaats innemen in de eindtermen.

D. De leerling haalt een gemiddelde van 8,0 of hoger en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels, wiskunde is 8,0 of hoger.
De leerling wordt bevorderd naar het 2e leerjaar kader/mavo.

N.B. Indien noodzakelijk kan de docentenvergadering afwijken van deze overgangsrichtlijnen.

Overgangsrichtlijnen 1 vmbo-kader/mavo

Bepalend voor de overgang naar het 2e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen, handvaardigheid en ckv), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er:

A. De leerling wordt op basis van het aantal tekorten besproken.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3, 2 of 1 = 2,5 tekort

 

tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen naar 2kt
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen naar 2kt
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 2e leerjaar basis/kader
  3. bevorderen naar het 2e leerjaar kader/mavo

B. De leerling wordt niet op basis van het aantal tekorten besproken en bevorderd naar 2 kader/mavo.

C. Voor de leerlingen die in het 1e leerjaar bijles Frans en nask gevolgd hebben, geldt dat zij bevorderd worden naar het 2e leerjaar mavo als zij een gemiddelde hebben van 7,5 of hoger en het gemiddelde voor de vakken Neder­lands, Engels, wiskunde is 7,5 of hoger.

Overgangsrichtlijnen 1 mavoXL

Aan het einde van het schooljaar wordt bij elk kind gekeken welke tweede klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. De leerling gaat door naar 2 mavo
  2. De leerling wordt besproken om door te gaan in 2 havo-6 (2H6) als:
  • het gemiddelde van de afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, nask1, biologie, godsdienst, expressie (*) en techniek 7,0 of hoger is;
  • voor lo minstens een V is behaald;
  • de leerling voor de vaardigheden samenwerken, plannen en informatie verwerven bovengemiddeld is.

De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.

  1. De leerling wordt besproken als het gemiddelde van de afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, nask1, biologie, godsdienst, expressie (*) en techniek lager is dan 6,0. Per leerling wordt dan bekeken wat het beste vervolg voor deze leerling is. Dit kan doubleren, een overstap naar 2 kader/mavo of een doorstroom naar 2 mavoXL betekenen. De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.

(*) Het cijfer voor Expressie is het gemiddelde van de vakken tekenen, handvaardigheid en ckv (drama/muziek).

De docentenvergadering heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van deze regels af te wijken.

Overgangsrichtlijnen 2 vmbo-basis met lwoo (B2a en B2b)

Leerlingen worden allen genoemd/besproken door de mentor in alfabetische volgorde. Bepalend voor de overgang naar het 3e leerjaar basisberoepsgericht zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, economie, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (bio­logie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen en handvaardigheid), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er: 

A. De leerling wordt vanwege het aantal tekorten besproken. In deze bespreking worden de volgende factoren meegewogen:

  • het oordeel van de mentor
  • het oordeel van iedere lesgevende docent
  • werkhouding en inzet

In het bijzonder zal gelet worden op de cijfers voor Neder­lands, Engels, wiskunde en het sectorgebonden vak en de vaardigheden als werktempo, zelfstandig kunnen werken en kunnen samenwerken, die in de bovenbouw een belangrijke plaats innemen in de eindtermen.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3,2 of 1 = 2,5 tekort

 

tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 3e leerjaar basis

B. De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar basis met lwoo.

Overgangsrichtlijnen 2 vmbo-basis/kader met lwoo (B2c en B2d)

Bepalend voor de overgang naar het 3e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, economie, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen en handvaardigheid), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er:

A. De leerling wordt vanwege het aantal tekorten besproken.

Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3,2 of 1 = 2,5 tekort

 

tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 3e leerjaar basis
  3. bevorderen naar het 3e leerjaar kader

B. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde lager dan 7,5.
Bevordering naar het 3e leerjaar basis met lwoo.

C. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde van 7,5 tot 8,0 en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 7,5 of hoger.
Bevordering naar het 3e leerjaar kader wordt besproken. In deze bespreking worden de volgende factoren meegewogen:

  • de nog aanwezige hulpvraag i.v.m. de lwoo-indicatie
  • het oordeel van iedere lesgevende docent
  • het oordeel van de mentor
  • werkhouding en inzet
  • de wens van ouders en leerling

In het bijzonder zal gelet worden op vaardigheden als werktempo, inzicht, zelfstandig kunnen werken, kunnen samenwerken en het ontwikkelen van een kritische houding, die in de bovenbouw een belangrijke plaats innemen in de eindtermen.

D. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde van 8,0 of hoger en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 8,0 of hoger.
De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar kader.

Overgangsrichtlijnen 2 vmbo-basis/kader

Bepalend voor de overgang naar het 3e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aan­tal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, ge­middelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, economie, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen en handvaardigheid), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er:

A. De leerling wordt vanwege het aantal tekorten besproken.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3,2 of 1 = 2,5 tekort

 

tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 3e leerjaar basis
  3. bevorderen naar het 3e leerjaar kader

B. De leerling haalt een gemiddelde lager dan 7,5.
Bevordering naar het derde leerjaar basis.

C. De leerling haalt een gemiddelde van 7,5 tot 8,0 en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 7,5 of hoger. Bevordering naar het 3e leerjaar kader wordt besproken.
In deze bespreking kunnen de volgende factoren meegewogen worden:

  • het oordeel van iedere lesgevende docent
  • het oordeel van de mentor
  • werkhouding en inzet
  • de wens van ouders en leerling

In het bijzonder letten we op vaardigheden als zelfstandig kunnen werken, kunnen samenwerken en het ontwikkelen van een kritische houding, die in de boven­bouw een belangrijke plaats innemen in de eindtermen.

D. De leerling haalt een gemiddelde van 8,0 of hoger en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 8,0 of hoger.
De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar kader.

Overgangsrichtlijnen 2 vmbo-kader/mavo

Bepalend voor de overgang naar het 3e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aan­tal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, ge­middelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, economie, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen en handvaardigheid), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er:

A. De leerling wordt vanwege het aantal tekorten besproken.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3,2 of 1 = 2,5 tekort

 

tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen naar 3k
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen naar 3k
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

 De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 3e leerjaar basis
  3. bevorderen naar het 3e leerjaar kader

B. De leerling haalt een gemiddelde dat lager is dan 7,0.
De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar kader.

C. De leerling haalt een gemiddelde van 7,0 of hoger en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 7,0 of hoger.
Een bevordering naar het 3e leerjaar mavo kan besproken worden.

D. De leerling haalt een gemiddelde van 7,5 of hoger en het gemiddelde voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is 7,5 of hoger.
De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar mavo.

N.B. Indien noodzakelijk kan de docentenvergadering afwijken van deze overgangsrichtlijnen.

Overgangsrichtlijnen 2 mavoXL

Aan het einde van het schooljaar wordt bij elk kind gekeken welke derde klas het beste vervolg is.

Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. OP KOERS
    De leerling gaat door naar 3 mavo.
  2. GROEI
    Een leerling wordt besproken om door te gaan in 3 havo-6:
  • als het gemiddelde van de afgeronde eindcijfers van de vakken Ne, En, Fa, Du, Ec, Gs, Ak, Wi, Nask, Bi, Gd en Exp 7,0 of hoger is;
  • als er voor LO minstens een V is behaald.

Bij de bespreking van de leerlingen hebben alle docenten die een vak geven dat binnen het vak Expressie valt (tekenen, handvaardigheid) een eigen stem. Bij de bepaling van de mogelijkheid tot bespreking naar 3 havo-6 wordt er gerekend met het gemiddelde eindcijfer van deze 4 vakken.

De docenten hebben gedurende het jaar  waarderingen gegeven voor de vaardigheden plannen, samenwerken, informatie verwerven en verwerken. Ook de werkhouding van dit jaar wordt hierin meegenomen. Deze zaken komen aan bod in de driehoeksgesprekken. De uitkomsten spelen mee in de leerlingbespreking aan het einde van het schooljaar. De uitkomst daarvan is bindend.

Wij gaan ervan uit dat de overstap vakinhoudelijk niet meer drempelloos zal zijn. Er zal dus een bijspijkerprogramma kunnen zijn in het volgende leerjaar.

  1. STAGNATIE
  • Een leerling wordt besproken als het gemiddelde van de afgeronde eindcijfers van de vakken Ne, En, Fa, Du, Ec, Gs, Ak, Wi, Nask, Bi, Gd en Exp lager is dan 6,0 en/of als hij/zij 3 of meer onvoldoendes in deze vakken heeft.

Per leerling wordt dan bekeken wat het beste vervolg voor deze leerling is. Dit kan doubleren, een overstap naar 3 kader of een doorstroom naar 3 mavo betekenen. De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend. De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van deze regels af te wijken.

Overgangsrichtlijnen techniekklas 2e leerjaar

Bepalend voor de overgang naar het 3e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vak­ken: godsdienst, Nederlands, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, economie, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen en handvaardigheid), lichamelijke opvoeding.

In de techniekklas wordt lesgegeven op 3 niveaus met de daarbij horende overgangsrichtlijnen:

  • vmbo-basis met lwoo: overgangsrichtlijnen 2 vmbo-basis met lwoo
  • vmbo-basis/kader met lwoo: overgangsrichtlijnen 2 vmbo basis/kader met lwoo
  • vmbo-basis/kader: overgangsrichtlijnen 2 vmbo-basis/kader
  • vmbo-kader/mavo: overgangsrichtlijnen 2 vmbo-kader/mavo (de doorstroom 3 mavo is niet mogelijk)

Overgangsrichtlijnen 3 vmbo-basis/kader

Weging

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3 of minder = 2,5 tekort
Het cijfer 5 voor het beroepsgerichte vak = 2 tekort

Bij het vak maatschappijleer-1 telt het eindcijfer van klas 3 voor de overgang. Dit is het cijfer voordat een eventuele herkansing heeft plaatsgevonden.

Basisberoepsgerichte leerweg

Een leerling is bevorderd als:

  • er maximaal 2 tekorten zijn.
  • voor het beroepsgerichte vak minimaal het cijfer 5 behaald is.
  • het loopbaandossier ‘naar behoren’ uitgevoerd is.
  • de vakken ckv en lichamelijke opvoeding minimaal met een voldoende afgerond zijn.
  • bij CKV en lichamelijke opvoeding zijn herkansingen mogelijk om aan deze eis te voldoen.
  • aan de eis voor maatschappelijke stage is voldaan.

Een leerling wordt besproken als:

  • Er 2,5/ 3/ 3,5/ 4 of 4,5 tekorten zijn.
  • Het loopbaandossier niet ‘naar behoren’ uitgevoerd is.
  • Het vak lichamelijke opvoeding niet met minimaal een voldoende afgesloten is (ook niet na herkansing).
  • Het vak rekenvaardigheid met een onvoldoende afgesloten is.

Een leerling blijft zitten als:

  • Er 5 of meer tekorten zijn.
  • Voor het beroepsgerichte vak het cijfer 4 of lager gehaald is.
  • CKV met een onvoldoende afgesloten is.

Kaderberoepsgerichte leerweg

Een leerling is bevorderd als:

  • Er maximaal 2 tekorten zijn.
  • Voor het beroepsgerichte vak minimaal het cijfer 5 behaald is.
  • Het loopbaandossier ‘naar behoren’ uitgevoerd is.
  • De vakken CKV  en lichamelijke opvoeding minimaal met een voldoende afgerond zijn.
  • Bij CKV en lichamelijke opvoeding zijn herkansingen mogelijk om aan deze eis te voldoen.
  • Aan de eis voor maatschappelijke stage is voldaan.

Een leerling wordt besproken als:

  • Er 2,5/ 3/ 3,5/ 4/ 4,5/ 5 of 5,5 tekorten zijn.
  • Het loopbaandossier niet ‘naar behoren’ uitgevoerd is.
  • Het vak lichamelijke opvoeding niet met minimaal een voldoende afgesloten is (ook niet na herkansing).
  • Het vak rekenvaardigheid met een onvoldoende afgesloten is.

Een leerling blijft zitten als:

  • Er 6 of meer tekorten zijn.
  • Voor het beroepsgerichte vak het cijfer 4 of lager gehaald is.
  • CKV met een onvoldoende afgesloten is.

Extra vak in 4 basis/kader

De leerlingen van Economie & Ondernemen en van Horeca, Bakkerij & Recreatie volgen in klas 3 zowel Duits als wiskunde. Aan het einde van klas 3 kiezen ze in welke van deze 2 vakken ze examen gaan doen. Voor Uiterlijke Verzorging en Zorg & Welzijn moet er een keuze worden gemaakt tussen wiskunde en maatschappijkunde.

Soms zijn er leerlingen, die deze keuze liever niet willen maken. Zij willen in beide vakken examen doen. Het wordt dan hun 6e examenvak.

Aan het examen doen in 6 vakken hebben we de volgende voorwaarden verbonden:

  • de leerling heeft een positief advies voor beide vakken;
  • de leerling moet een reële slagingskans hebben met 6 vakken;
  • de leerling heeft daarom op de eindlijst van klas 3 minimaal een 6,8 gemiddeld voor alle examenvakken;
  • de 2 vakken waaruit gekozen kan worden staan minimaal op een 6,8.
  • De leerling schrijft een motivatiebrief aan de decaan. De decaan nodigt de leerling uit voor een gesprek, eventueel samen met de ouders.
  • De afdelingsleider neemt, alles gehoord hebbende, een beslissing.

De leerling mag zich alleen schriftelijk en gemotiveerd terugtrekken, wanneer hij/zij aan deze procedure begonnen is.
De leerling mag 1 van de 2 vakken waaruit hij kon kiezen laten vallen, wanneer hij/zij door het behaalde resultaat bij het betreffende vak zou zakken.

Overgangsrichtlijnen 3 mavo

Bepalend voor de overgang naar het 4e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken die in het 3e leerjaar gevolgd worden.

Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort

 

 

tekort

 

 aantal punten

 

 resultaat

< 3 n.v.t. bevorderen
3 of 3,5 72  of meer bevorderen
3 of 3,5 71 of minder bespreken
4 70 of meer bespreken
4 69 of minder zitten blijven
4,5 76 of meer bespreken
4,5 75 of minder zitten blijven
5 of meer n.v.t. zitten blijven

In de volgende gevallen wordt de leerling sowieso besproken:

  • als het loopbaandossier niet ‘naar behoren’ is uitgevoerd;
  • als het vak CKV niet met minimaal een voldoende afgesloten is;
  • als het cijfer 4 voorkomt bij de gekozen vakken (exclusief Nederlands en Engels);
  • als er 2 of meer tekorten zijn in het vakkenpakket (inclusief Nederlands en Engels);
  • als het gemiddelde van de pta-eindcijfers van leerjaar 3 van alle gekozen vakken samen lager is dan 5,5;
  • als er voor een gekozen vak als pta-eindcijfer het afgeronde cijfer 3 of lager staat;
  • als er niet aan de eisen voor maatschappelijke stage is voldaan.

N.B. Bij het vak maatschappijleer telt het eindcijfer van klas 3 mee voor de overgang. Dit is voordat een eventuele herkansing heeft plaatsgevonden.

Basisberoepsgerichte leerweg

Een leerling is bevorderd als:

  • Er maximaal 2 tekorten zijn in de examenvakken.
  • Voor het beroepsgerichte vak minimaal het cijfer 5 behaald is.
  • De handelingsopdracht ‘naar behoren’ uitgevoerd is.
  • De vakken CKV, godsdienst en lichamelijke opvoeding minimaal met een voldoende afgesloten zijn.
  • Bij CKV, godsdienst en lichamelijke opvoeding zijn herkansingen mogelijk om aan deze eis te voldoen.

Een leerling wordt besproken als:

  • Er 2,5/ 3/ 3,5/ 4 of 4,5 tekorten in de examenvakken zitten.
  • De handelingsopdracht niet ‘naar behoren’ uitgevoerd is.
  • De vakken godsdienst en lichamelijke opvoeding niet met minimaal een voldoende afgesloten zijn (ook niet na herkansingen).
  • Het vak rekenvaardigheid met een onvoldoende afgesloten is.

Een leerling blijft zitten als:

  • Er 5 of meer tekorten in de examenvakken zitten.
  • Voor het beroepsgerichte vak het cijfer 4 of lager gehaald is.
  • CKV met een onvoldoende afgesloten is.

Kaderberoepsgerichte leerweg

Een leerling is bevorderd als:

  • Er maximaal 2 tekorten zijn in de examenvakken.
  • Voor het beroepsgerichte vak minimaal het cijfer 5 behaald is.
  • De handelingsopdracht ‘naar behoren’ uitgevoerd is.
  • De vakken CKV, godsdienst en lichamelijke opvoeding minimaal met een voldoende afgesloten zijn.
  • Bij CKV, godsdienst en lichamelijke opvoeding zijn herkansingen mogelijk om aan deze eis te voldoen.

Een leerling wordt besproken als:

  • Er 2,5/ 3/ 3,5/ 4/ 4,5/ 5 of 5,5 tekorten in de examenvakken zitten.
  • De handelingsopdracht niet ‘naar behoren’ uitgevoerd is.
  • De vakken godsdienst en lichamelijke opvoeding niet met minimaal een voldoende afgesloten zijn (ook niet na herkansingen).
  • Het vak rekenvaardigheid met een onvoldoende afgesloten is.

Een leerling blijft zitten als:

  • Er 6 of meer tekorten in de examenvakken zitten.
  • Voor het beroepsgerichte vak het cijfer 4 of lager gehaald is.
  • CKV met een onvoldoende afgesloten is.